
Wie het over detransitie heeft, hoort al snel maar één verhaal: spijt. Een nieuwe studie van onderzoekers rond Kinnon MacKinnon (York University) en Annie Pullen Sansfaçon (Université de Montréal, onderdeel van het Trans Youth Trajectories-team) laat zien dat dat beeld te grof is. Op basis van 957 deelnemers tussen de 16 en 74 jaar uit de Verenigde Staten en Canada onderscheiden de onderzoekers met een statistische techniek genaamd latente-klasseanalyse vier duidelijk te onderscheiden groepen binnen detransitie — elk met een eigen combinatie van psychische klachten, sociale omstandigheden en spijtniveau.
Vier profielen, niet één verhaal
De eerste groep (klasse A) springt eruit door de zwaarste psychische belasting: hoge mate van neurodivergentie, herhaalde identiteitswisselingen en de laagste mate waarin de trans-identiteit op het moment van bevraging nog werd onderschreven. Deze groep bestaat overwegend uit mensen die bij geboorte als vrouw zijn geregistreerd, is relatief jong, en scoort — in de woorden van de onderzoekers — op spijt "vaak dicht bij het maximum, duidelijk hoger dan de andere klassen".
Klasse B is het spiegelbeeld: overwegend mensen die bij geboorte als vrouw zijn geregistreerd, met overwegend positieve ervaringen met eerdere behandeling en een geleidelijke, niet-dramatische verschuiving in identiteit zonder dat de trans-identiteit volledig wordt losgelaten. Deze groep scoort het laagst op spijt.
Klasse C combineert een hoge blootstelling aan sociale tegenslag — discriminatie, breuken met familie, minderheidsstress — met de hoogste score op jeugdtrauma (adverse childhood experiences) van alle vier de groepen. Opvallend: 29,1% van deze groep maakte een zogeheten "constrained" detransitie door, waarbij de stap niet uit eigen overtuiging werd gezet maar afgedwongen werd door omstandigheden zoals gebrek aan steun of toegang tot zorg. De spijtscores liggen hier verhoogd, al minder extreem dan bij klasse A.
Klasse D bestaat uit mensen die hun transitie onderbraken door externe factoren — gebrek aan steun, discriminatie — maar die hun trans- of non-binaire identiteit wél bleven onderschrijven. Deze groep scoort het laagst van alle vier op spijt.
Waarom deze cijfers ertoe doen
Voor wie de risico's van gendertransitie in kaart probeert te brengen, is vooral relevant dat twee van de vier profielen — samen een aanzienlijk deel van de steekproef — worden gekenmerkt door zware psychische nood, jeugdtrauma of een detransitie die niet vrijwillig tot stand kwam. Dat nuanceert de vaak herhaalde claim dat detransitie zeldzaam en zonder spijt verloopt: de realiteit blijkt uiteen te vallen in trajecten die weinig met elkaar gemeen hebben, en een deel daarvan is allesbehalve geruststellend.
Tegelijk is het onderzoek geen bevestiging van één simpel verhaal in de andere richting. De auteurs benadrukken zelf dat detransitie meerdere realiteiten omvat en pleiten voor een klinische benadering die niet-lineaire trajecten erkent, in plaats van te vertrouwen op één cijfer over spijt. Voor de zorg betekent dit vooral dat wie stopt of terugkeert op een transitie, met heel verschillende achtergronden en behoeften de spreekkamer binnenkomt — en dat daar in de begeleiding tot nu toe onvoldoende oog voor is.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Betekent deze studie dat detransitioners geen spijt hebben?
Nee. Twee van de vier gevonden profielen scoren juist hoog op spijt en psychische nood. De studie laat vooral zien dat detransitie geen uniform verschijnsel is: sommige groepen ervaren veel spijt, andere nauwelijks, en de achtergrond verschilt sterk per groep.
Wat betekent een 'constrained' detransitie?
Dat is een detransitie die niet voortkomt uit een eigen, vrije keuze, maar wordt afgedwongen door externe omstandigheden zoals gebrek aan steun, discriminatie of het niet kunnen krijgen van vervolgzorg. In klasse C van deze studie gold dat voor 29,1% van de deelnemers.
Wie heeft dit onderzoek uitgevoerd?
Het onderzoek is uitgevoerd door Kinnon MacKinnon (York University) en collega's, met onder meer Annie Pullen Sansfaçon van het Trans Youth Trajectories-team (Université de Montréal) als co-auteur. Het is gebaseerd op 957 deelnemers van 16 tot 74 jaar in de VS en Canada.