
Het risico dat niet in de folder staat: psychische klachten ná chirurgie
Een risico dat niet gemeten wordt, verdwijnt niet — het wordt alleen niet genoemd. Dat is precies wat er gebeurt met de mentale gezondheid van mensen ná een genderbevestigende operatie. Een dossierstudie onder ruim 107.000 mensen met een diagnose genderdysforie zet daar voor het eerst cijfers bij.
Wat de studie vond
Lewis en collega's publiceerden in 2025 in The Journal of Sexual Medicine (22(4), 645–651) een analyse van een nationale dossierdatabase: alle mensen die tussen 2014 en 2024 een diagnose genderdysforie kregen, waarbij geopereerde en niet-geopereerde patiënten via propensity score matching vergelijkbaar werden gemaakt.
Bij de groep die als man geregistreerd stond, werd na chirurgie bij 25,4% een depressie vastgesteld tegenover 11,5% zonder chirurgie; angst bij 12,8% tegenover 2,6%.
Bij de groep die als vrouw geregistreerd stond: depressie 22,9% tegenover 14,6%, angst 10,5% tegenover 7,1%, suïcidale gedachten 19,8% tegenover 8,4% en middelenstoornissen 19,3% tegenover 7,1%.
Waarom dit risico-informatie is, geen bewijs van oorzaak
Dit is observationeel onderzoek. Het toont geen oorzakelijk verband: het kan zijn dat mensen die tot chirurgie overgaan gemiddeld al zwaarder belast waren. Maar voor wie vóór de keuze staat, is dat onderscheid minder relevant dan het lijkt. Wat je wilt weten is: hoe gaat het met mensen zoals ik, ná deze ingreep? Op die vraag geeft deze studie het beste antwoord dat er nu is — en dat antwoord is niet het antwoord dat in voorlichtingsmateriaal staat.
Een risico hoeft niet bewezen causaal te zijn om vermeld te moeten worden. In de rest van de geneeskunde is dat vanzelfsprekend: een bijsluiter vermeldt wat er is waargenomen, niet alleen wat onomstotelijk is aangetoond.
De beoordeling die vaak ontbreekt
De analyse waarop dit artikel steunt, wijst op een tweede risicofactor: de snelheid waarmee mensen toegang krijgen. Psycholoog Rachel Hannam beschrijft duizenden meldingen van mensen die na één of twee afspraken hormonen of een verwijzing voor chirurgie kregen, zonder dat is uitgezocht wat er verder speelde — trauma, autisme, een eetstoornis, depressie. Waar geen differentiële diagnose wordt gesteld, kan ook niemand voorspellen voor wie de ingreep gaat helpen.
Vragen om te stellen vóór een ingreep
Welke uitkomstcijfers hanteert deze kliniek voor patiënten ná chirurgie, en waar komen ze vandaan?
Wordt er systematisch gevolgd hoe het mij over vijf en tien jaar gaat — en wie doet dat?
Welke andere verklaringen voor mijn klachten zijn onderzocht en uitgesloten?
Wat is het plan als de klachten ná de ingreep blijven of erger worden?
Wat het ontbreken van follow-up betekent
Dat deze cijfers uit een databank moesten komen en niet uit de klinieken zelf, is veelzeggend. De Britse genderkliniek GIDS hield geen systematische langetermijnregistratie bij — een gat dat zichtbaar werd in de zaak van Keira Bell en in de Cass Review (2024). Ook de Finse registerstudie van Ruuska e.a. (2024) en het werk van Bränström en Pachankis (2020) wijzen erop dat de uitkomsten na behandeling minder rooskleurig zijn dan de voorlichting suggereert. Wie het risico niet meet, kan het ook niet met je delen.
Meer over de schadekant en de juridische routes: Transitieschade.nl. De ethische analyse van dezelfde studie staat op Transethiek.nl. Verhalen van mensen die dit meemaakten lees je bij de getuigenissen.
Bron
Nederlandse bewerking van: Rachel Hannam, Beyond Gender-Affirming Rhetoric: Scrutinising Population-Level Data, PITT (Parents with Inconvenient Truths about Trans), 18 augustus 2026.
Primaire studie: Lewis e.a. (2025), Examining Gender-Specific Mental Health Risks After Gender-Affirming Surgery: A National Database Study, The Journal of Sexual Medicine, 22(4), 645–651.
Veelgestelde vragen
Hoeveel groter is het risico op depressie na een genderoperatie volgens deze studie?
Bij mensen die als man geregistreerd stonden, werd na chirurgie bij 25,4% een depressie vastgesteld tegenover 11,5% zonder chirurgie. Bij mensen die als vrouw geregistreerd stonden: 22,9% tegenover 14,6%. Bij die laatste groep steeg ook suïcidaal denken van 8,4% naar 19,8%.
Bewijst deze studie dat de operatie de psychische klachten veroorzaakt?
Nee, het is observationeel onderzoek: het kan zijn dat mensen die tot chirurgie overgaan gemiddeld al zwaarder belast waren. Maar voor wie voor de keuze staat is dat minder relevant — de vraag is hoe het mensen zoals jij ná de ingreep vergaat, en daarop geeft deze studie het beste beschikbare antwoord.
Welke vragen kun je vooraf aan een kliniek stellen over dit risico?
Welke uitkomstcijfers de kliniek hanteert voor patiënten ná chirurgie en waar die vandaan komen, of er systematisch wordt gevolgd hoe het je over vijf en tien jaar vergaat, welke andere verklaringen voor je klachten zijn onderzocht, en wat het plan is als klachten na de ingreep blijven of verergeren.