Hoog zelfmoordcijfer onder transgenders
"Liever een levende dochter dan een dode zoon" is het zinnetje waarmee ouders in een transitie worden gepraat. Het is emotionele chantage met cijfers die anders liggen dan beweerd.
Suïcide is bijna altijd psychiatrisch
Decennia onderzoek laat hetzelfde patroon zien. "Negentig procent van de zelfmoorden houdt verband met een psychiatrische aandoening."
Depressie, psychose, persoonlijkheidsstoornissen, verslaving, autisme, trauma — daar liggen de bekende risicofactoren. "Depressie komt bijvoorbeeld voor bij minstens 50 procent van degenen die zelfmoord plegen."
Wie het suïciderisico bij een groep wil begrijpen, kijkt eerst naar de psychiatrische profielen.
De trans-populatie is psychiatrisch zwaar belast
Studies vinden bij mensen die zich als transgender identificeren oververtegenwoordiging van:
- Autisme — schattingen tot zes tot acht keer hoger dan in de algemene bevolking.
- Depressie en angststoornissen.
- Borderline-persoonlijkheidsstoornis, vooral bij jonge vrouwen.
- Eetstoornissen.
- Jeugdtrauma, inclusief seksueel misbruik.
- ADHD en dissociatieve stoornissen.
Dat een groep met zo'n stapeling van bekende suïcide-risicofactoren een verhoogd suïcidecijfer heeft, is statistisch te verwachten. Het bewijst niets over "de samenleving".
Het transfobie-frame
Activisten draaien de oorzaak om: niet de psychische aandoeningen, maar de afwijzing door familie en maatschappij zou de oorzaak zijn. "De gedachte leeft dat de 'onvriendelijke' omgeving... de belangrijkste oorzaak van zelfmoord bij transgenders is."
Die hypothese is populair maar slecht onderbouwd. De Zweedse register-studie van Dhejne (2011), met dertig jaar follow-up in een van de meest trans-vriendelijke landen ter wereld, vond bijna 20 keer hoger suïciderisico — in een omgeving waar de "onvriendelijkheid" minimaal was.
Transitie helpt niet tegen suïcide
De pijnlijke conclusie uit dezelfde studies: medische transitie verlaagt het suïciderisico niet meetbaar. "Het risico neemt namelijk niet af na hormonale therapie en een operatie."
Dat is geen detail. Het hele beleidsargument — "we moeten medisch ingrijpen om suïcide te voorkomen" — staat of valt met die claim. Hij valt.
"41 procent"
Het beruchte getal komt uit een Amerikaanse online enquête (Williams Institute, 2014) die vroeg "heeft u ooit een suïcidepoging gedaan?" — niet een poging in het laatste jaar, niet een geverifieerde poging, niet alleen volwassenen. Het cijfer mengt 12-jarigen met 60-jarigen, mengt serieuze pogingen met zelfbeschadigend gedrag, en is statistisch onvergelijkbaar met de bevolkings-cijfers waar het tegenover wordt gezet. Toch verschijnt het op elke campagnesite alsof het een gemeten jaarcijfer is.
Operatie aan de verkeerde aandoening
Wat gebeurt er als je iemand met depressie, autisme of trauma medisch laat transitioneren? De onderliggende stoornis blijft, het lichaam is permanent veranderd. "Vermoedelijk krijgt een behoorlijk aantal mensen met genderdysforie een chirurgische en hormonale behandeling voor een (of meer) psychische aandoening(en)."
Geen enkele andere tak van de geneeskunde zou dat tolereren. Bij borderline-patiënten met somatische klachten geldt: behandel de borderline. Bij genderdysfore patiënten met diezelfde stoornis: opereer alvast de borsten weg.
Wat dan wel
Suïcidaliteit verdient acute crisiszorg. Daarna een grondig psychiatrisch traject dat de comorbiditeit aanpakt. Ouders die "liever een levende dochter" willen zijn, moeten weten dat een transitie geen verzekering is. Het is in beste geval irrelevant voor het suïciderisico, in slechtste geval iatrogene schade bovenop een bestaande stoornis.
Bronvermelding
Dit artikel is een bewerking van "Hoog zelfmoordcijfer", gepubliceerd op genderpunt.nl op 26 januari 2021.