À Campo (NTvP 2026): 61% van genderpatiënten heeft psychiatrische comorbiditeit
Maastrichtse psychiater J.M.L.G. à Campo schreef 382 willekeurig gekozen Nederlandse psychiaters aan over hun klinische ervaring met patiënten die zich met genderdysforie melden. De resultaten verschenen oorspronkelijk in American Journal of Psychiatry 160(7), juli 2003 (PDF) en in een Nederlandstalige terugblik in Tijdschrift voor Psychiatrie 68(8), 2026. Het Nederlandse psychiaterskorps oordeelt collectief terughoudender dan de huidige somatische genderzorg toestaat — vooral waar het minderjarigen betreft.
Waarom dit een risico-analyse is
Een patiënt die zich met een gendervraag bij een genderkliniek meldt, doorloopt een traject dat eindigen kan in onomkeerbare somatische ingrepen: puberteitsremmers, cross-sex hormonen, mastectomie, genitale operaties. Wanneer 61% van deze patiënten een psychiatrische comorbiditeit heeft, en bij driekwart van die groep de gendervraag een secundair symptoom van die comorbiditeit is, dan beïnvloedt de differentiaaldiagnostiek vooraf de uitkomst van de behandeling fundamenteel. De enquête legt daarmee een risicostructuur bloot: de Nederlandse spreekkamer-praktijk loopt niet gelijk op met wat de Nederlandse beroepsgroep zelf voor verantwoord houdt.
De vier kerngetallen
61%
van de patiënten die zich met genderdysforie meldden, had volgens de respondenten een psychiatrische comorbiditeit.
~75%
van die comorbide groep beleefden psychiaters de genderdysforie als secundair symptoom van de psychiatrische aandoening.
24%
van de psychiaters die comorbiditeit specificeerden, meldde psychotische stoornissen.
186
van de 382 aangeschreven Nederlandse psychiaters vulden de enquête in (49%).
Wat de respondenten als verantwoord beleid zien
De minimumleeftijd die respondenten gemiddeld verantwoord vonden voor geslachtsaanpassende behandeling lag op 18,7 jaar, ruim boven de leeftijd die in Nederland toegestaan was. De zorg over hormoonbehandeling bij minderjarigen is daarbij het meest expliciet: onomkeerbare ingrepen op een patiëntengroep waarbij de comorbiditeit zo vaak meespeelt, vraagt om diepere diagnostiek vooraf en lange observatiemomenten, niet om snelle medische routes. Hiermee sluit het korps aan bij de internationale ommekeer (Cass Review, SBU Zweden, Finland, Noorwegen) en bij de juridische kritiek van Smeehuijzen c.s. op het Dutch Protocol.
Bij een meerderheid van de patiënten met genderdysforie speelt psychiatrische comorbiditeit, en bij driekwart van die groep beleven psychiaters de genderdysforie als secundair aan die comorbiditeit. — Strekking van à Campo, Tijdschrift voor Psychiatrie 2026.
Aansluiting bij de eerdere casuïstiek
De enquête staat niet op zichzelf. À Campo publiceerde de eerste casuïstiek al in 2001 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (zie Genderzorgen.nl — NTVG 2001): een schizofrene jongeman die door het genderteam vanaf het eerste consult voor hormoonbehandeling in aanmerking kwam, zijn transseksuele periode later als "vergissing" ervoer na neuroleptische behandeling. De enquête (AJP 2003) liet kort daarna zien dat zulke casussen geen anekdotes zijn maar onderdeel van een patroon dat het hele korps herkent.
Risico voor patiënten — concreet
- Een gendervraag wordt door affirmatieve klinieken behandeld als primaire diagnose, terwijl psychiaters die comorbide groep zien als secundair.
- Differentiaaldiagnostiek met psychose, depressie en trauma is in de huidige zorgroute niet structureel ingebouwd.
- Hormoonbehandeling bij minderjarigen vindt plaats voordat psychiatrische beelden zijn uitgesloten.
- Detransitioners-casussen (zoals beschreven door à Campo) verschijnen na medicamenteus ingrijpen, wanneer somatische gevolgen al onomkeerbaar zijn.
- Het korps psychiaters waarschuwt — maar de zorgketen omzeilt dat signaal door grotendeels buiten de psychiatrie om te werken.
Zie ook
Bronnen
- À Campo, J., Nijman, H., Merckelbach, H., Evers, C. (2003). Psychiatric Comorbidity of Gender Identity Disorders: A Survey Among Dutch Psychiatrists. American Journal of Psychiatry 160(7): 1332-1336. Origineel peer-reviewed onderzoek waarin de enquête onder Nederlandse psychiaters (186 van 382 reageerden) is gepubliceerd. DOI 10.1176/appi.ajp.160.7.1332 · PDF (bijlage)
- À Campo, J.M.L.G. (2026). Genderdysforie als psychiatrisch symptoom. Tijdschrift voor Psychiatrie, jrg. 68, nr. 8 — Nederlandstalige terugblik op de AJP-2003-enquête. tijdschriftvoorpsychiatrie.nl
- À Campo, J.M.L.G., Nijman, H., Evers, C., Merckelbach, H.L.G.J. & Decker, I. (2001). Genderidentiteitsstoornissen als bijverschijnsel van psychose, in het bijzonder schizofrenie. Ned Tijdschr Geneeskd 145:1876-80. ntvg.nl
- Zembla — "Transgender met spijt" (NPO 2). facebook.com/zembla.tv