
Een nieuwe Canadese studie in het Journal of Adolescent Health haalde deze maand de internationale pers, met koppen als "nieuw onderzoek ontkracht claim dat veel trans-tieners later spijt krijgen". Het cijfer dat rondgaat: 97,1 procent van de jongeren die bij een genderkliniek onder behandeling kwamen, identificeerde zich na gemiddeld 2,4 jaar nog altijd als transgender of non-binair. Wie de studie zelf leest, ziet een aanzienlijk voorzichtiger verhaal dan de krantenkoppen suggereren.
Wat de studie precies deed
Onderzoekers van vier Canadese kinderendocrinologische genderklinieken deden een retrospectief dossieronderzoek bij 445 jongeren die tussen 2012 en 2017 werden aangemeld met genderdysforie. Van hen was 74,4 procent bij geboorte als vrouw geregistreerd en 25,6 procent als man. De onderzoekers keken naar wat er in het dossier van elk kind stond bij het laatst geregistreerde klinieksbezoek: bleef de aangemelde genderidentiteit staan, verschoof die naar non-binair, of keerde die terug naar de identiteit die bij het geboortegeslacht past? Bij 421 jongeren (94,6 procent) stond de aanvankelijke identiteit of een non-binaire identiteit genoteerd; bij 24 (5,4 procent) was dat een identiteit die weer aansloot bij het geboortegeslacht.
Een dossierstatus is geen levensverhaal
Het cruciale punt zit in de onderzoeksopzet zelf: dit is geen studie die mensen jarenlang volgt en vraagt hoe het met ze gaat. Het is een blik in de status van een dossier op het laatste moment dat iemand nog bij de kliniek kwam. Wie stopt met naar de kliniek te gaan — om welke reden dan ook — verdwijnt simpelweg uit het zicht van de onderzoekers, en wordt niet automatisch geteld als iemand die is teruggekeerd naar de identiteit die bij het geboortegeslacht hoort. Loss to follow-up is in vrijwel elk detransitie-onderzoek een bekend probleem: mensen die spijt krijgen, hebben juist vaak reden om niet meer terug te gaan naar de instelling die de behandeling gaf. Een mediane follow-up van 2,4 jaar zegt daarnaast vooral iets over de korte termijn, terwijl detransitie en spijt volgens ander onderzoek — waaronder de grootschalige studie onder 957 personen die dit voorjaar verscheen — zich vaak pas jaren later aandienen, soms pas eind twintig.
Selectie aan de voordeur
De onderzoekspopulatie bestaat uit jongeren die al bij een gespecialiseerde genderkliniek in behandeling waren gekomen — een groep die per definitie al een stuk verder in het traject zit dan de bredere groep kinderen en tieners die ooit twijfels over hun gender hebben. Dat een grote meerderheid van wie eenmaal in een medisch traject zit, daarin blijft, is daarmee minder een verrassende uitkomst dan een bevestiging van hoe klinische selectie werkt. Het zegt weinig over hoe vaak identiteitstwijfel bij jongeren in het algemeen vanzelf overgaat, en nog minder over wat er met de kleine groep gebeurt die wél afvalt of vertrekt.
Context: elders wordt juist geïnvesteerd in detransitiezorg
Terwijl deze studie wordt ingezet om te relativeren hoe vaak spijt voorkomt, opent in de Verenigde Staten deze herfst de eerste toegewijde detransitiekliniek, bij Texas Children's Hospital, na een schikking van tien miljoen dollar met de staat Texas. Cleveland Clinic in Ohio volgde met een eigen toezegging van twee miljoen dollar aan kosteloze detransitiezorg. Instellingen die geld en personeel vrijmaken voor gespecialiseerde nazorg doen dat niet voor een verwaarloosbaar verschijnsel — een signaal dat minstens zo veel zegt over de praktijk als één dossieronderzoek met een follow-up van ruim twee jaar.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Betekent 97,1 procent dat detransitie zeldzaam is?
De studie meet alleen wat er in het dossier stond bij het laatste klinieksbezoek, gemiddeld 2,4 jaar na aanmelding. Jongeren die stopten met naar de kliniek te gaan, vielen buiten beeld en werden niet automatisch als teruggekeerd geteld. Het cijfer zegt dus vooral iets over wie in het systeem zichtbaar bleef, niet over hoe vaak spijt op langere termijn voorkomt.
Waarom wijkt dit cijfer af van andere detransitie-onderzoeken?
Ander onderzoek, zoals de studie onder 957 personen die dit voorjaar verscheen, laat zien dat spijt en detransitie zich vaak pas jaren later aandienen, soms pas eind twintig. Een follow-up van gemiddeld 2,4 jaar is te kort om dat patroon te vangen, en de onderzochte groep bestond bovendien uit jongeren die al in een medisch traject zaten — een sterk voorgeselecteerde groep.
Wat zegt de opening van detransitieklinieken in de VS hierover?
Texas Children's Hospital opent na een schikking van tien miljoen dollar dit najaar de eerste toegewijde detransitiekliniek, en Cleveland Clinic zegde twee miljoen dollar aan kosteloze detransitiezorg toe. Instellingen investeren geen geld en personeel in zorg voor een verschijnsel dat verwaarloosbaar zou zijn.