
Het Dutch Protocol geldt wereldwijd al decennia als de basis voor medische behandeling van minderjarigen met genderdysforie: eerst puberteitsremmers, daarna cross-sekse hormonen, ontwikkeld door het Amsterdam UMC vanaf de jaren negentig. Een nieuwe kritische review, gepubliceerd in 2026 in het tijdschrift European Journal of Developmental Psychology door Kirsty McDeavitt en Jonathan Cohn, concludeert dat drie decennia van dat onderzoek geen betrouwbaar bewijs oplevert voor de effectiviteit en veiligheid van die aanpak bij adolescenten.
Een review van de eigen onderzoeksgroep
McDeavitt en Cohn reageren op een narratieve review waarin onderzoekers van het Kenniscentrum Genderdysforie van het Amsterdam UMC hun eigen dertig jaar aan publicaties samenvatten als bewijs dat de behandeling werkt. Het probleem, zo stellen de auteurs, is dat die samenvatting geen onafhankelijke toetsing is: dezelfde onderzoeksgroep die het grootste deel van de onderliggende literatuur zelf heeft geproduceerd, beoordeelt in die review in feite haar eigen werk. Een externe, kritische blik op de methodologische kwaliteit van die studies ontbrak daarmee tot nu toe grotendeels.
Wat er mis is met de onderliggende studies
De review somt een reeks methodologische tekortkomingen op die volgens McDeavitt en Cohn de betrouwbaarheid van de Nederlandse studies ondermijnen. Er zijn geen gerandomiseerde gecontroleerde trials uitgevoerd, en de meeste studies missen een geschikte vergelijkingsgroep van jongeren die geen medische behandeling kregen. Onderzoekers leunen daarnaast vaak op surrogaatuitkomsten — zoals verbeterde vragenlijstscores op de korte termijn — in plaats van klinisch betekenisvolle uitkomsten. De lange-termijn follow-up is bovendien te beperkt om harde conclusies te trekken over cardiovasculaire gezondheid, vruchtbaarheid of spijt van de behandeling. In één van de aangehaalde cohorten bleef na zeven jaar nog maar 39 procent van de oorspronkelijke deelnemers over, wat het risico op vertekening door uitval groot maakt. Tot slot wordt er volgens de auteurs onvoldoende gecorrigeerd voor verstorende variabelen zoals gelijktijdige psychische problematiek.
De conclusie: onvoldoende bewijs, ondanks dertig jaar onderzoek
Ondanks de omvang van het Nederlandse onderzoeksprogramma concluderen McDeavitt en Cohn dat het bewijs "onvoldoende is om het gebruik van puberteitsremmers en cross-sekse hormonen bij adolescenten te ondersteunen". Dat is een opmerkelijke uitspraak, omdat het Dutch Protocol juist wordt gepresenteerd als de wetenschappelijke basis waarop veel andere landen — inclusief lange tijd het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten — hun eigen genderzorg voor jongeren hebben gebouwd. Als die basis zelf methodologisch zwak blijkt, verdwijnt daarmee ook een belangrijk deel van de onderbouwing voor de bredere internationale praktijk.
Betekenis voor de Nederlandse discussie
Deze review voegt zich bij een groeiend aantal internationale kritieken op het Dutch Protocol, waaronder eerdere analyses van onder meer de Cass Review in het Verenigd Koninkrijk. Een uitgebreidere bespreking van het onderzoek van McDeavitt en Cohn, met de volledige lijst methodologische bezwaren, staat op dutchprotocol.nl. Voor Nederland is de uitkomst extra relevant: het protocol is hier niet alleen wetenschappelijke voetnoot maar de facto nog altijd de basis van de klinische praktijk. Een onafhankelijke, methodologisch kritische blik op dertig jaar eigen onderzoek — in plaats van een samenvatting door de makers zelf — is dan ook precies wat critici al langer bepleiten voordat verdere behandelbeslissingen op dit onderzoek worden gebaseerd.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Wie zijn McDeavitt en Cohn?
Kirsty McDeavitt en Jonathan Cohn zijn de auteurs van de kritische review uit 2026 in het European Journal of Developmental Psychology, die de methodologische kwaliteit van dertig jaar Dutch Protocol-onderzoek onder de loep namen.
Wat is precies het probleem met de Amsterdamse review die zij bekritiseren?
Die review, waarin dertig jaar eigen onderzoek als bewijs voor de aanpak wordt gepresenteerd, is geschreven door onderzoekers van dezelfde groep die het grootste deel van die onderliggende studies zelf produceerde — geen onafhankelijke toetsing dus.
Betekent dit dat puberteitsremmers en hormonen niet werken?
Nee, de review stelt niet vast dat de behandeling niet werkt, maar dat de bestaande studies — door het ontbreken van gerandomiseerde trials, vergelijkingsgroepen en voldoende lange-termijn follow-up — geen betrouwbaar antwoord kunnen geven op die vraag.